Medea-hypothese
De Medea-hypothese is de theorie, in 2009 ontwikkeld door de Amerikaanse paleontoloog Peter Ward, die stelt dat de biosfeer, beschouwd als een complex organisme, uiteindelijk suïcidaal is.[1] Deze theorie wordt vaak gezien als het tegendeel van de Gaia-hypothese, in 1969 ontwikkeld door James Lovelock, hoewel er ook overeenkomsten bestaan.[2][3]
De Medea-hypothese beschouwt daarom de door microben veroorzaakte massa-extincties als pogingen van de Aarde om terug te keren naar een door microben gedomineerde oertoestand waarin de Aarde zich het grootste deel van zijn geschiedenis bevond. Voorbeelden van dergelijke massa-extincties zijn:
- de methaanvergiftiging, 3,5 miljard jaar geleden
- de zuurstofcrisis, 2,7 miljard jaar geleden
- Sneeuwbalaarde, 650 miljoen jaar geleden
- verschillende extincties zoals de Perm-Trias-massa-extinctie, 251 miljoen jaar geleden.
De Medea-hypothese zou ook een factor kunnen zijn in overwegingen rond de Fermi-paradox. De hypothese is genoemd naar de mythologische tovenares Medea, die haar eigen kinderen vermoordde.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]- Peter Ward op een TED-conferentie, februari 2008.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Susan George (political scientist) op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- ↑ Ward, Peter. The Medea Hypothesis: Is Life on Earth Ultimately Self-Destructive?. Princeton. ISBN 9780691165806. Geraadpleegd op 20 december 2016.
- ↑ Loeder Aarde. NRC (1 mei 2009). Gearchiveerd op 10 augustus 2024. Geraadpleegd op 20 december 2016.
- ↑ Germen, Gaia of Medea?. visionair.nl (30 december 2010). Gearchiveerd op 21 december 2016. Geraadpleegd op 20 december 2016.